Sint Willebrordus Gilde Heeswijk

Kerk en Parochie

Geschiedenis H. Willibrordus Kerk en H. Willibrordus parochie Heeswijk

Historische Notamina

Jaartallen:

1250:                     Quarta capelle, toegewijd aan de H. Willibrordus

1284:                     Patronaat der kerk opgedragen aan de abdij van Berne

1648:                     Kerk voor katholieken gesloten; bidplaats te Bedaf, Uden

Eind 17e eeuw:        Schuurkerk in de Lariestraat te Heeswijk

1721:                     Restauratie van schuurkerk

1821:                     Oude kerk weer in handen der Katholieken

1895:                     Nieuwe kerk onder leiding van architect Stornebrink

1896:                     27 april: Consecratie door Mgr. van de Ven

1957:                     Vierde torenspits o.l.v. architect Nijsten

De oude kerk is afgebroken.

Lijst van Pastoors

Heeswijk, H. Willibrorduskerk

De oude parochiekerk een fraai en luchtig gebouw met spitsen toren, eertijds eene quarta capella, den H. Willibrordus toegewijd, dagteekent van het jaar 1250, terwijl het patronaat derzelve in 1284 door Walram van Benthem, destijds heer van Heeswijk, en deszelfs echtgenoote aan de Abdij van Berne is opgedragen, die sedert dien tijd steeds de kerk door hare kanunniken heeft laten bedienen. 

De abdij stichtte in deze kerk een personaat, vermits verschillende pastoors zich later persona noemen, en de bediening der pastorij een vicarii overlaten.

In de jaren 1422, 1488 en 1489 zijn in deze kerk drie beneficiën gesticht, altare H. Mariae altare S. Catharinae, altare S. Crucis. 

Deze beneficiën of altaren hebben veranderingen ondergaan, want in het jaar 1520 noemt men het altare Crusis het altaar van het H. Kruis en van den H. Antonius; in 1553 het altaar van Onze Lieve Vrouw en een tweede altaar van Onze Lieve Vrouw en van den H. Rumoldu terwijl het pouillé in 1558 melding maakt van een nieuw altaar van Onze Lieve Vrouw in de kerk van Haeswijcke. 

De pastoor van Heeswijk, Thomas van der Zantvoirt, beschrijft in 1523 aldus de beneficiën met lasten en inkomsten: het pastoraat geldt 20 mudden rogge, het altaar van Onze Lieve Vrouw drie met twee Missen, het altaar van het H. Kruis en van den H. Antonius 20 rijnsgulden met twee Missen; aan het altaar van de H. Catharina was slechts één Mis in de week verbonden en het kosterschap bedroeg twee mudden rogge. 

De laatste schrijver, die van de altaren gewaagt, is Coeverincx en noemt zes altare Mariae, Rumoldi et Catharinae, altare Crucis et Anthonii; het collatieregt van dit laatste altaar was laicaal en berustte in 1522 bij Rodolph Berwouts.

Al deze rijke bezittingen zijn door de protestanten aangeslagen en de beneficiën na 1648 aan lievelingen toegekend; zoo trok Abraham van Blijswijk als beneficiaat van het altaar van Onze Lieve Vrouw in 1792 voor twee derde gedeelten de som van 68 gulden en vier stuivers. 

Hoewel de leden der Abdij van Berne gedurende de retorsie (1636) minder gestreng behandeld werden dan andere priesters (moest ook de pastoor van Heeswijk) na den vrede van Munster uitwijken, terwijl de kerk na 1648 voor de katholieken werd gesloten. 

De pastoor opende in 1648 voor zijne parochianen eene bidplaats te Bedaf onder de gemeente Uden in het land van Ravenstein, welke kapel later een rectoraat is gebleven en thans de parochie Vorstenbosch daarstelt. Van daaruit bewezen de kanunniken van Bern grote diensten, aan Heeswijk Dinther en Nistelrode. 

Door den inval der Franschen in ons land (1672) kwam de plakkaten-storm wat tot bedaren; men begon weldra bedehuizen te openen en zoo kreeg Heeswijk tegen het einde de 17e eeuw zijn nietege schuurkerk.

Deze geraakt weldra in verval, en in 1720 ging men tot eene herbouwing over zonder eerst verlof der Staten te vragen. 

Om niet in bekeuring te vallen en het bedehuis te zien sluiten wendde men zich zeer ootmoedig tot de Staten dat H.H.M. de reparatie van zekere schuur niet ten kwade gelieve te nemen aan hun bij conniventie permitteren de continuatie van hunne godsdienst in gemelde gerepareerde schuur; mits hun in alle zedigheid gedragende.

Door goede voorspraak had deze eigendunkelijke handeling geene kwade gevolgen, en het plakkaat van 5 maart 1721 stond de noodige reparatie toe. 

De oude parochiekerk, 1809 aan de katholieken toegewezen, is eerst in 1821 aan hen overgegaan, en na behoorlijke herstelling het volgende jaar betrokken. 

De schuurkerk werd alsdan afgebroken en men bouwde op de plaats het protestantsch  kerkje, dat voor eenige jaren is gesloopt, terwijl het kerkhof voor de hervormden van Dinther blijft dienen. 

In oude parochiekerk heeft den 24 augustus 1859 en den 4 november 1867 de mijtering der prelaten Manni en van Laarhoven plaats gehad. 

Lijst van Pastoors:

Hermannus van Hambroek

ca. 1284

 

 

Joannes van Lume

ca. 1330

 

uit Lommel

Joannes Pauli

ca. 1350

 

 

Henricus van Loon

ca. 1378

 

 

Ricoldus van Strijen

ca. 1422

 

 

Arnoldus van de Wiel

ca. 1428

 

 

Petrus van Tuijl

1429

 

plaatsvervangend

Johannes van Berlicum

1452

 

plaatsvervangend

Arnoldus van Wijck

ca. 1457

1473

 

Jan Colen

1457

1473

plaatsvervangend

Petrus van Hemert

1473

1482

plaatsvervangend

Arnoldus van Malse

1482

1492

uit Asperen

Jacobus van Delft

1492

1517

plaatsvervangend

Conrardus van Malsen

1516

1517

uit Asperen

Thomas G. van Zantvoirt

1517

1545

uit Den Bosch

Adrianus van Zauwen

1545

1587?

plaatsvervangend; uit Den Bosch

Hermanus de Hambroieck

ca. 1551

1552

 

Adrianus van Loon

ca. 1552

1559?

 

Arnoldus van Vessem

1587

1607

plaatsvervangend; uit Tilburg

Johan Moors

1614

 

plaatsvervangend?

Stephanus Guens

1607

1618

uit Baelen

Petrus J. van de Muelenhoff

1618

1639

uit Deurne*

Joachim Keijsers

1639

1640

uit Den Bosch

Barholomeus Somers

1650

1658

uit Den Bosch

Cornelius de Jode

1658

1663

uit Antwerpen

Wilhelmus Bosch

1663

1668

uit Heeswijk

Lucas Siongers

1668

1673

uit Heeswijk

Antonius Voncke

1673

 

 

Antonius van Lendt

1673

1675

uit Megen

Syardus Joris

1675

1676

uit Thienen

Jacobus de Jode

1676

1694

uit Gent

Godefridus Hugo Loef

1696

1704

uit Oudheusden

Guilielmus Hactiens

1704

1712

uit Den Bosch

Folcoldus Smidts

1712

1723

uit Den Bosch

Franciscus van Heck

1723

1750

uit Den Bosch

Henricus van Dijck

1750

ca. 1784

uit Tilburg

Wilhelmus Ign. de Bruijn

1784

1789

uit Asten

Dominicus P.J.  Appelboom

1789

17-3-1800

uit Den Bosch

Abraham van Herck

1800

23-12-1803

uit Den Bosch

Barholomeus Ooms

1804

18-05-1825

uit Dreumel

Joannes Klijn

1825

1834

uit Drunen

Petrus Mutsaers

1834

1847

uit Tilburg

Petrus van den Brand

16-05-1847

18 juni 1851

uit Nieuwkuik

Joannes van den Broek

november 1860

19-6-1867

uit Gemert

Petrus F. van der Meulen

1867

23 maart 1871

uit Den Bosch

Arnoldus Goossens

23 maart 1871

15 maart 1878

uit Gemert

Joannes Bazelmans

26 maart 1878

16 december 1885

 

Johannes S. Maas

22 december 1885

16-3-1917

 

Petrus L. J. van den Heuvel

29-3-1917

15-11-1926

 

Marinus J. Giezen

26-11-1926

1-12-1933

 

Gerardus C. J. Scheepers

3-12-1933

25-1-1946

 

Joannes J. Wouters

25-1-1946

5-11-1952

 

Theodorus A. Gloudemans

27-11-1953

22-11-1970

 

A.A. Tiedink

29-11-1970

1987

 

St.J.M.C. Kuypers o.praem

1987

2004

 

J.H.G.M. Jansen o.praem

2004

 

 

 

* tijdens zijn pastoraat traden als plaatsvervanger op: Antonius Heijmans, Norbertus Vercuijlen, Bartholomeus Somers, Petrus Rovers, Walterus Joannis en Folcoldus van Riel.

Voor meer info: www.parochieheeswijk.nl