Sint Willebrordus Gilde Heeswijk

Oude Vaandel

Het vaandel is op 23 mei 1963 geschonken door Albertina Baronesse van den Bogaerde van Terbrugge van Heeckeren van Kell (overleden in 1994), echtgenote van Willem Baron van den Bogaerde van Terbrugge (overleden in 1974).

Bij passende gelegenheden wordt het gildevaandel naar voren gebracht en gepresenteerd als vertegenwoordiging van het gehele gilde. Het gildevaandel is dus representatief, te meer daar er de onderstaande onderdelen op zijn afgebeeld.

De overdracht vond plaats voor de pastorie van de H. Willibrordusparochie.

Het vaandel is het eerste vaandel sinds de heroprichting in 1963.
Bij passende gelegenheden wordt het gildevaandel naar voren gebracht en gepresenteerd als vertegenwoordiging van het gehele gilde. Het gildevaandel is dus representatief, te meer daar er de onderstaande onderdelen op zijn afgebeeld.

foto

 

 

 

 

Het vaandel is vierkant uitgevoerd en meet 210 cm bij 210 cm. Het stof is van Chinese natuurzijde in de kleuren wijnrood en wit. Het vaandel is in een slechte staat en is niet meer representatief en wordt niet meer gebruikt.

De hoeken zijn door het wapperen van het vaandel en het slepen van het vaandel over de grond versleten. Omdat het vaandel nogal grote afmetingen had was het lastig om het van de grond te houden wanneer men in optocht ging.






Het Bourgondisch kruis:
In de heraldiek een schuin geplaatst kruis van twee knoestige stokken, soms laurierstokken genoemd, vaak eindigend in breed uitlopend omkrullend loofwerk. Het kruis lijkt enigszins op het Andreaskruis, dat uit twee gladde balken bestaat. Andreaskruis en Bourgondisch kruis worden zo vaak met elkaar verward dat zelfs de Nederlandse Hoge Raad van Adel de kruisen bij het instellen van de Militaire Willems-Orde en het toekennen van een gemeentewapen verwarde. In de gemeente Sliedrecht voerde men van 1816 tot 1987 een groot uitgeschulpt schuinkruis dat door de Hoge Raad van Adel voor een Bourgondisch kruis werd gehouden.

Er zijn twee redenen voor deze verwarring, die in de literatuur nog steeds voortduurt, te geven:

 

  • De hertogen van Bourgondië voerden in hun vaandels een rood, groot uitgeschulpt schuin kruis.
  • De beschermheilige van de hertogen was Sint Andreas, wiens gladde kruis gekanteld (als de letter X) is.

In de Militaire Willems-Orde heeft de spraakverwarring ervoor gezorgd dat de eretekens meer dan een eeuw lang een verkeerd kruis bevatten. Tegenwoordig wordt het Bourgondisch kruis in Spanje gebruikt als symbool voor het Carlisme en in Latijns-Amerika door extreemrechtse Creoolse organisaties.

Wapens:
Langs de broek van het vaandel staan onder elkaar vier wapens op een afstand van 12 cm van de broekriem en van de onder en bovenzijde met een onderlinge afstand tussen de wapens van 9 cm. De wapens zijn 35 cm lang en 31 cm breed. De wapens zijn afgedrukt in het stof. De afgedrukte wapens zijn in zijn geheel in het vaandel bevestigd en hebben zo een contour gekregen tijdens het bevestigen van de wapens in het vaandel.

 

Het bijzondere van de wapens is dat ze alle vier in eenzelfde vorm en grootte uitgevoerd zijn, inclusief het wapen van de barones wat in principe een ovaal(vrouwelijk) wapen moet zijn. Destijds is gekozen voor vier dezelfde vormen om het vaandel een duidelijke eenvormige uitstraling te geven.

1e : Het wapen van Heeswijk:

fotofoto

Aan de rechtse zijde het complete wapen van Heeswijk van 16 juli 1817.

Wapen van Heeswijk "In azuur(blauw) een leeuw van goud, gehalsband van hetzelfde." van goud en getongd en genageld van keel; in keel zes gouden penningen, geplaatst drie, twee en een.

2e: Wapen
Een wapen, misschien gevoerd door baron Willem, hij heeft misschien de wapens van zijn beide grootvaders in zich verenigd.
Het 1e en 4e kwartier stellen voor het wapen van Van den Bogaerde van Terbrugge.
De maansikkel in de heraldiek 'Wassenaar' geheten dat is overgewaaid uit Engeland. Daar is het de gewoonte dat de tweede zoon een wassenaar aan het wapen toevoegt, de derde een vijfpuntige ster, enz.
André als ook zijn vader waren de tweede zoon uit het gezin. Vandaar dus.
De hoge blauwe keper is een heraldisch teken.

Aan de rechterzijde het wapen van grootvader Prins Ernest de Looz-Corswarem met in het midden het hartschild: Corswarum(dorp in de provincie Luik, vlakbij de Limburgse grens, vlak bij Borgloon)
1e en 4e kwartier: wapen van Borgloon =Looz in het Frans
2e en 3e kwartier: wapen van Diest(zij waren Heren van Diest)

Het wapen bestaat uit het wapen van wapenvoerder:Baron van den Bogaerde van Terbrugge en De Looz-Corswarem. Heer van Heeswijk, Dinther, Schijndel en Moergestel. Ere- en Devotieridder Souvereine en Militaire Orde van Malta. Romeins Prins. Prins van Rheina-Wolbeck 1882-1974.

foto

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto

De Looz-Corswarem

foto Het vorstendom Rheina-Wolbeck in 1806
De Looz-Corswarem is een hertogelijk geslacht behorend tot de Belgische adel.

De familie is afkomstig uit het graafschap Loon (Frans: Looz) en noemde zich later ook naar Korsworm (Frans: Corswarem), onder welke naam ze sinds de veertiende eeuw bekend is.

Keizer Karel VI kende de Corswarems in 1734 op grond van een genealogie die hen ten onrechte liet afstammen van de graven van Loon de titel van hertog toe.
Hertog Guillaume-Joseph (1732-1803) ontving door de besluiten van de Reichsdeputationshauptschluss in 1803 het soevereine vorstendom Rheina-Wolbeck als compensatie voor de door het revolutionaire Frankrijk geannexeerde bezittingen in de Nederlanden.
Het vorstendom werd echter reeds in 1806 gemediatiseerd en na de dood van zijn opvolger Joseph-Arnold (1770-1827) verloor het geslacht bovendien de titel vorst van Rheina-Wolbeck, die de koning van Pruisen in 1840 toekende aan Napoléon de Lannoy de Clervaux (1807-1874), de zoon van Guillaume-Josephs dochter Clémentine.

Pogingen van de Corswarems de titel terug te krijgen waren vergeefs. De hertogelijke titel ging over op Guillaume-Josephs zoon Charles (1769-1822), die in Rheina-Wolbeck bij testament van opvolging was uitgesloten.
Thans telt het geslacht Looz-Corswarem twee hoofdtakken. De oude tak, waarvan het hoofd de titel van hertog en de andere telgen die van prins voeren, is gevestigd in Frankrijk; de jonge, grafelijke, tak in België en Duitsland. Tot deze laatste tak behoort de auteur Clemens von Looz-Corswarem.

Wapenvoerder: Louis Jean André Hubert van den Bogaerde
Geboren te Gent 7 juli 1778, overleden op Kasteel Heeswijk op 12 januari 1855.
Bij Koninklijk besluit van 14 april 1816, nr. 281, verheven in de Nederlandse adel.

foto 

Van den Bogaerde wapen: In goud een hoge blauwe keper, vergezeld van drie geplante bomen op losse grond, alles groen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3e : Het wapen van de Barones van Heeckeren van Kell

foto

 

Het Wapen van de Barones van Heeckeren van Kell, een ovaal wapen wat duid op vrouwelijkheid. 

Het wapen bevat een Grieks (verheven kruis) kruis (dat is de naam voor een kruis met vier armen van gelijke lengte).

  • Het (verheven) is helaas niet uitgewerkt in het vaandel

 

fotoVoorbeeld van een verheven kruis.

 

4e : Het wapen van Noord Brabant

 foto

 

 

 

 

 

 

 

 

Het complete wapen van Noord Brabantfoto

 

 

15 juli 1920

In sabel een leeuw van goud, getongd en genageld van keel. Het schild gedekt met de hertogelijke kroon van goud, gevoerd van keel, met hermelijnen omslagen. Schildhouders: twee gouden leeuwen, getongd van keel.

 

Oorsprong/Verklaring: Het wapen is afgeleid van het wapen van het oude hertogdom Brabant evenals het wapen van België.

Brabant is ontstaan als een onderdeel van Neder-Lotharingen. De eerste die met Brabant werd beleend was Hendrik van Limburg in 1101. In 1106 werd hij echter opgevolgd door Godfried, graaf van Leuven. Het gebied werd in de loop der 12e eeuw verder uitgebreid en in 1188 nam Hendrik I van Leuven de titel Hertog van Brabant op in zijn titulatuur. De hertogstitel heeft sindsdien tot de Franse tijd bestaan.

Tegelijkertijd met de hertogstitel werd voor het eerst een leeuw op een wapen afgebeeld als symbool voor Brabant, en wel op een munt. Sindsdien is het wapen van Brabant een leeuw. De kleuren zijn bekend uit de 13e eeuw, namelijk een gouden leeuw op een zwart veld. In de 14e eeuw werden de klauwen en de tong gekleurd. Het wapen is sindsdien niet gewijzigd.

 

foto

 

De oudste afbeelding van het wapen van Brabant, op een munt uit 1183 van Hendrik I.

Hoewel de hertogen vaak diverse wapens voerden, bleef de leeuw altijd het wapen voor Brabant. Na de onafhankelijkheid in 1813 verkregen beide provincies, Noord- en Zuid-Brabant hetzelfde wapen. Na de afscheiding van België werd Zuid Brabant gewoon Brabant, maar in het wapen kwam geen verandering.

Het wapen van Brabant is ook overgenomen als wapen van België.


 

 

In het midden van het vaandel de patroonheilige van het gilde Sint Willibrordus:

foto De afbeelding is afkomstig van een schilderij uit Kasteel Heeswijk.

Eerste bisschop van Utrecht
Gestorven in het jaar 739
Feestdag 7 november.
Sint Willibrordus werd omstreeks 658 in Noord-Humbrië geboren. Voor hij zeven jaar was, plaatsten zijn ouders hem in het klooster van Rippon. Daar maakte Willibrordus grote vorderingen in zijn studie. Op 20-jarige leeftijd stak hij over naar Engeland, omdat hij zich verder wilde perfectioneren. Daar voegde hij zich bij Sint Egbertus en de heilige Wigbert. In dat gezelschap studeerde hij twaalf jaar godsdienstwetenschappen. Sint Egbertus koesterde al lange tijd de wens het evangelie in Friesland en Neder-Duitsland te gaan prediken. Hij werd echter van dat plan afgehouden door vrome mensen, die hem overhaalden zijn inspanningen op de eilanden tussen Ierland en Schotland te verrichten.

Zijn metgezel Wigbert ging ondertussen naar Friesland en kwam na twee jaar terug zonder enig succes geboekt te hebben. Willibrordus was op dat moment ongeveer 31 jaar en net het jaar tevoren tot priester gewijd. Hij gaf blijk van een groot verlangen toen hij om toestemming vroeg deze gevaarlijke onderneming op zijn schouders te mogen nemen. Sint Swidbertus en tien andere Engelse monniken begaven zich samen met hem op deze missie. Onze twaalf missionarissen landden bij de monding van de Rijn. Pepijn de Korte, die kort daarvoor een gedeelte van Friesland veroverd had, ontving Sint Willibrordus en zijn metgezellen met gepast respect. Willibrordus trok echter door naar Rome en wierp zich daar aan de voeten van paus Sergius. Hij smeekte hem om zijn zegen en toestemming het evangelie tot de heidense volkeren te mogen prediken. De paus verleende hem verstrekkende volmachten en gaf hem een hoeveelheid relikwieën mee voor de wijding van kerken.

Onder de bescherming van Pepijn predikte Sint Willibrordus het evangelie met opmerkelijk succes in dat deel van Friesland dat door de Fransen veroverd was. Na zes jaar kon Pepijn de heilige naar Rome sturen met aanbevelingsbrieven om deze tot bisschop te wijden. Paus Sergius maakte hem aartsbisschop der Friezen. De vrome man bleef slechts veertien dagen in Rome. Daarna ging hij terug naar Utrecht en koos die stad als residentie. Twee jaar na zijn wijding stichtte hij in 698 de abdij van Echternach, die hij tot zijn dood zou leiden. Hij was echter niet tevreden met het feit dat hij het geloof slechts in de door de Fransen veroverde streek gevestigd had en breidde zijn inspanningen uit naar West-Friesland. Daar heerste Radboud, vorst der Friezen, die volhardde in zijn heidendom. De apostel drong ook door tot in Denemarken en haalde er 30 jonge Deense jongens, die hij doopte en met zich meenam. Bij zijn terugkeer werd hij door slecht weer op het heidense eiland Helgoland gedreven. Het bijgelovige volk aldaar offerde een man uit zijn gezelschap, die als een martelaar stierf. Na de dood van Radboud in 719 stond het Willibrordus geheel vrij in elk deel van het land te prediken. Dankzij de vrome inspanningen van deze apostel en zijn metgezellen werd het geloof in het grootste deel van Holland, Zeeland en de Nederlanden gevestigd. Hij stierf in 739 en werd begraven in Echternach.

U zult zich nu afvragen waarom de naam van het gilde Sint Willebrordus is en niet Willibrordus de oorzaak hiervan is dat in de gildecaert uit 1597 de naam Sint Willebrordus staat, daarom voert het gilde de naam Sint Willebrordus.

Liturgische kleuren in het vaandel

Er zijn zes officiële liturgische kleuren. Deze zijn alle opgenomen in het vaandel:

  • Wit
    Feestkleur voor hoogfeestdagen als Pasen en Kerstmis, op feesten van Christus die geen lijdensgedachten zijn; op feestdagen van de Maria, de Engelen en van de heiligen welke geen martelaren zijn.
  • Rood
    Kleur van de liefde welke wordt gebruikt op Pinksteren, bij viering van het lijden des Heren, op de feesten van de apostelen en evangelisten en bij feesten van martelaren.
  • Groen
    Kleur van de hoop welke wordt gebruikt in de liturgische tijd door het jaar.
  • Paars
    Kleur van de boete. Wordt gebruikt in de Advent en de Veertigdagentijd. Deze kleur wordt in het gilde ook gebruikt bij overlijden en dodenherdenking.
  • Zwart of Grijs
    Kleuren van rouw. Deze kleuren worden in missen voor overledenen gebruikt. Op grotere feesten kunnen andere rijkere liturgische gewaden gebruikt worden.

 

Omschrijving van het vaandel opgemaakt door:

J.C. Schakenraad, Abt van de Venstraat 30, 5473 DC, Heeswijk-Dinther, Gemeente Bernheze 

Datum 19 februari 2012, aangepast 24-12-2013